Thema’s

In de tragedies gaat het om de val van een hoogstaand iemand. De tragische held is een nobel man met status en rijkdom, en een zwakke plek die uiteindelijk tot zijn ondergang leidt. Externe omstandigheden zoals het lot speelt daar ook een rol in. En er zijn natuurlijk vijanden die de held proberen te laten vallen. De held neemt verkeerde beslissingen en wordt het slachtoffer. In de bekendste tragedies (Othello, Macbeth, King Lear en Hamlet) is dit steeds het geval.

In de histories gaat het om het gekonkel aan het Britse hof in de late middeleeuwen. Het betreft eerdere vorsten die echt hebben bestaan, hoewel er natuurlijk behoorlijk wat bijverzonnen en weggelaten werd.
Shakespeare leefde ten tijde van de regering van Elizabeth I, van de Tudor dynastie. Zijn histories worden gezien als Tudor propaganda omdat ze de gevaren van burgeroorlog beschrijven (War of the Roses, die voor de Tudors plaatsvonden). Richard III wordt neergezet als gebocheld monster (hij was het laatste lid van de rivaliserende dynastie van York) terwijl veel historici dit betwisten.

De tragedie is voor ons spelmatig het meest interessant, hoewel er wrs. wel elementen van histories in zullen komen.

Komedie:

  • Relaties/huwelijken
  • Vermommingen
  • Misverstanden
  • Magie/Sprookjes
  • Niet-hoogstaande personages

Tragedie:

  • Lot
  • Macht/positie
  • Geheimen
  • Bovennatuurlijke
  • Waanzin
  • Hoogstaande personages

Historie:

  • Familie
  • Macht/positie
  • Geen magie
  • Hoogstaande personages

Als je dus stukken wilt lezen of films wilt zien, kies dan liefst voor een tragedie. In het submenu Feiten en Stukken zie je welk stuk in welke categorie hoort.