Structuur van een Shakespeare tragedie
Een voorbeeld van een structuur opzet, waar we in les 1 al een beetje mee hebben kennisgemaakt:
Scene 1: Endowment van de hoofdpersoon door wachters, kamermeisjes, doodgravers of ander ‘gewoon’ volk. In een tragedie start je niet met de hoofdpersoon.
Scene 2: we zien een scene met 1 of meer hoofdpersonen
Scene 3: we zien de vijand(en) met een snood plan
Een mooie manier om te editen is middels geroep offstage de mensen die op dat moment de scene spelen weg te sturen. Je hebt dan natuurlijk wel kans dat ze blijven om je af te luisteren! “Maar stil, daar komt de koning reeds! Het is zijn verraderlijke tong die dit bos bederft. Laat ik mij schuilhouden achter deze struik, dan hoor ik zijn plan.” Of zoiets.
Hierna heb je de mogelijkheid om een split focus scene te spelen. Waarbij de afluisteraar vanachter zijn struik tegen het publiek of tegen zijn mede-afluisteren commentaar geeft op de scene.
Al heel vroeg wordt duidelijk dat het niet goed afloopt. Bij Romeo en Julia kondigt het koor in de opening al in zin 6 aan dat ze zullen sterven. In MacBeth kondigen de heksen al vroeg aan dat Macbeth koning zal worden en weer verstoten zal worden. Is dus niet spannend meer. Het gaat dus niet om hoe het eindigt, maar om de weg ernaar toe. Die maken we spannend.
De situatie en personages worden allemaal helder neergezet in de eerste paar scènes. Alles daarna vloeit daar logisch uit voort.
Vaak zijn er meerdere verhaallijnen naast elkaar, die aan het eind samenkomen, waarbij de oplossing van de ene plotlijn ook meteen de oplossing inhoudt van de andere.
De handeling omvat vaak meerdere maanden of jaren en vindt vaak plaats op verschillende locaties.