Associaties geroepen door de cursisten in les 1
- “To be or not to be” [beroemde openingszin van 1 van de monologen van Hamlet]
- Vraag beantwoorden met eigen sores [dit herken ik niet maar dat wil niet zeggen dat het niet klopt]
- Complotten
- Kleurige fluwelen gewaden
- Retorische vragen [kan ik even niet plaatsen]
- Bandieten
- Dood/Moord
- Drama
- Koningshuis
- Ridders
- Monologen
- Vrouwelijke personages worden door mannen gespeeld
- Liefde (onbereikbaar)
- Gevechten
- Strategische dilemma’s
- Boodschappers
- Hulpjes
- Narren
- Bal
- Hoeren
- Kastelen
- Macht
- Verraad
- Geheim
- Rijm en bloemrijke taal
- Minnares, overspel
- Toneelspelers [in veel stukken zit een ‘play in a play’]
- Introducties
- Paarden
- Heksen
- Moraal
- Schedel [die is vooral bekend uit Hamlet maar niet typerend voor Sh. stukken]
- Overvloed [aan het hof]