(Noord-Europese volks-) Sprookjes

Met dank aan Lieselotte Nooyen.

Doorvertelde verhalen, opgetekend tussen 1600 en 1900 door voornamelijk Anderssen en Grimm.

Top 3 in Nederland (hier denkt ons publiek aan)

  • Sneeuwwitje
  • Assepoester
  • Doornroosje/Roodkapje
  • Rollen
    Koning(in), prins(es) zowel goed als kwaad/ijdel/dom
    Magische hulpjes: feeën, kabouters die voorspellingen doen
    Slechteriken: stiefmoeders/zussen, heksen, tovenaars, draken
    Pratende dieren: wolf (altijd slecht), geit, kikker, biggetje, zijn ook vaak boodschappers
    Normale mensen en slimme kinderen, die abnormale dingen overkomen

    Namen
    De personages hebben bijna nooit een normale naam maar een naam die hun uiterlijk (sneeuwwit, goudlokje), werk (aspoetster) of karakter (vlijtig liesje) beschrijft. Ook zit er vaak iets van een plant in hun naam dat een symbolische betekenis heeft. Normale mensen hebben vaak wel een normale naam zoals Hans en Grietje of met een beschrijving erbij zoals domme of slimme Hans.

    Thema’s

  • Betoverde voorwerpen: spinnenwiel, pompoen, spiegel.
  • Goed en kwaad: een strijd waarin het goede en eerlijke wint van het domme, ijdele of zelfzuchtige.
  • Belangrijke getallen: er zijn vaak 3, 7 of 12 van iets, net als in de bijbel. Dus denk aan drie zusters, zeven zwanen en 12 feeën waarin de dertiende dus ongeluk voorspelde.
  • Magische planten en plaatsen: kasteel waar iedereen slaapt, appel, pompoen, bonenstaak van Jaap, paddestoel van Alice en alle andere hallucinogenen.
  • Gevangenschap: de hoofdpersoon of het object van de queste komt vaak in gevangenschap bv. in een kasteel, klok, huis van de heks of wordt in een dier veranderd (kikkerkoning)
  • Vruchtbaarheid/volwassenheid: 16 is een belangrijke leeftijd, daar worden voorspellingen over gedaan, bloed (prikken aan spinnenwiel, rood van roodkapje), alle heldinnen hebben lange haren en zijn jong/maagd/mooi
  • Structuur
  • Het is een epos, dus heeft een Verteller.
    We gebruiken daarbij de Storyspine:

    • Er was eens iemand die… in een land hier ver vandaan… (hier krijgt hoofdpersoon al naam)
    • Zoals elke dag….(beschrijving van de omgeving en de hoofdpersoon en eventueel diens wens)
    • Maar op een dag…. (dan komt er een boodschapper die verandering voorspelt of komt verandering zelf)
    • Tocht van de held, ontmoet goed en kwaad op zijn weg, stapeling van gebeurtenissen (en daardoor, en daardoor, en alsof dat nog niet erg genoeg was)
    • Totdat… (kering van de gebeurtenissen, de held en de zijnen leren wat)
    • (En daardoor…)
    • En vanaf die dag……….(eindjes aan elkaar, moraal)
    • En ze leefden nog lang en gelukkig

    TRIPLE PLAY

    In Triple Play moeten we deze Storyspine in 3 delen hakken.
    Deel 1: Er was eens t/m Maar op een Dag
    Deel 2: Tocht van de held (en daardoor, en daardoor, en alsof dat nog niet erg genoeg was)
    Deel 3: Totdat t/m En ze leefden nog lang en gelukkig

    We hebben in de les de variant gedaan waarbij je jezelf, in karakter, voorstelt met een allitererende voornaam (Fiona de Fee, Koning Kaspar) en waarbij elke speler er om beurten uit kan stappen om -als zichzelf- een stukje de Vertellersrol te nemen. (dit is dus een andere Verteller dan de Verteller van Triple Play, we moeten even kijken of dat niet verwarrend werkt. Misschien moet de Verteller van Triple Play ook de Verteller van het Sprookje worden?)

    We hebben gemerkt dat het lastig is om vooraf veel personages aan te wijzen omdat die er dan allemaal in voor moeten komen terwijl het verhaal dat helemaal niet nodig heeft. Ik stel dus voor om maar een beperkt aantal personages (2 of 3) vooraf vast te leggen.